21 februari 2026
Het is een nazomerse middag.
Ik stap over de drempel bij een jong gezin. De man des huizes levert, strijdlustig maar onvermijdelijk, beetje bij beetje van zijn gezondheid in. Hij weet dat het tijd is om te praten. Om keuzes te maken. Om dingen uit te spreken.
Wat opvalt, is zijn kracht. Zijn zorgzaamheid. De behoefte om het ‘goed’ achter te laten voor zijn vrouw en kinderen voert de boventoon.
Nog voordat ik zit, stelt hij de vragen die hem bezighouden.
“Wat staat ons te wachten? Hoe pakken we dit aan? Welke mogelijkheden zijn er?”
Al snel merk ik: hij weet precies wat hij wil. Maar vooral wat hij níét wil.
“Bloemen? Nee joh, zonde van het geld.
Voor mij geen uitvaart met koffie en cake. Wij hebben een vaste friet dag, dus doe maar een puntzak friet bij mijn afscheid. Kan dat? En smeer dan maar een klodder mayo op mijn kist in plaats van bloemen.”
Ik glimlach. “Tuurlijk, dat kunnen we regelen.”
En zo gebeurt het.
Op een koude zaterdagmiddag in februari prijkt er een frietkraam op het parkeerterrein van het Scholtus Uitvaarthuis. Familie, vrienden en kennissen geven hun bestelling door. De geur van versgebakken friet en frikandellen speciaal vult de aula. Tranen wisselen zich af voor een glimlach terwijl de herinneringen worden gedeeld.
En de LEGO-bloemen maken plaats voor een klodder mayonaise.